Aldo Bonassoli (Lurano, 1934)Klaartje Schrijvers, ‘l’Europe sera de droite ou ne sera pas!’: de netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw, proefschrift, Universiteit Gent, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, 2007, p. 375. Online beschikbaar via de Universiteit Gent. is een Italiaans elektronicus die vooral bekend werd door zijn technische rol in de Franse affaire rond de zogenoemde avions renifleurs (“snuffelvliegtuigen”). Samen met de Belgische ingenieur en aristocraat Alain de Villegas werkte hij vanaf de jaren zestig aan apparatuur waarmee volgens de uitvinders op afstand ondergrondse water- en later aardolievoorraden konden worden opgespoord. Vanaf 1976 financierde en testte het Franse staatsolieconcern Elf-ERAP de technologie.Véronique Maurus, “Les ‘avions renifleurs’: la République mystifiée par deux escrocs”, Le Monde, 27 juli 2006.Cour des comptes, Rapport de la Cour des comptes sur l’affaire des Avions renifleurs, onderzoek naar de rekeningen en het beheer van ERAP over 1977–1979, rapporteur François Giquel; integrale tekst openbaar gemaakt in 1984. Een controleproef in 1979 leverde bewijs dat ten minste een van de demonstraties was gemanipuleerd.Christophe Carrière en Jean-Marie Pontaut, “Le bal des imposteurs: Aldo Bonassoli, le roi du pétrole”, L'Express, 3 augustus 2013.“L'Extravagante Affaire des avions renifleurs”, Le Monde Télévision, 24 maart 2012, bijgewerkt 25 mei 2018.
Vroege activiteiten Bonassoli werd in 1934 geboren in Lurano, nabij Bergamo. Vanaf zijn negentiende werkte hij als elektronicus voor het bedrijf Rusconi. Hij beschikte niet over een universitair diploma, maar hij zou wel elektronicaonderwijs in Bergamo hebben genoten.Schrijvers, ‘l’Europe sera de droite ou ne sera pas!’, 2007, p. 386. Hij is ook wel omschreven als elektronicus of televisiereparateur.Karim Fadoul, “Il y a 40 ans: le scandale des avions renifleurs et le décor du Château de Rivieren à Ganshoren”, RTBF, 2 maart 2016, bijgewerkt 25 februari 2025.
In de jaren vijftig en zestig kreeg Bonassoli in Italië enige aandacht voor zelfgebouwde elektronische apparaten. Zo berichtte L'Express later over een demonstratie op 20 februari 1962 waarbij Bonassoli stelde met een aangepaste telescoop de ruimtevlucht van de Amerikaanse astronaut John Glenn te kunnen volgen. Een foto uit het archief van Mondadori Portfolio toont Bonassoli in de jaren zestig met een door hem gebouwde telescoop waarmee hij volgens het oorspronkelijke fotobijschrift kunstmatige Amerikaanse en Sovjet-satellieten wilde fotograferen.“Aldo Bonassoli using his telescope”, Album / Mondadori Portfolio, foto Sergio del Grande, Italië, jaren 1960.
Samenwerking met Alain de Villegas In de jaren zestig kwam Bonassoli in contact met Alain de Villegas. Schrijvers dateert hun ontmoeting omstreeks 1963 in Lurano. De Villegas bracht Bonassoli vervolgens naar zijn laboratorium in het Kasteel Rivieren in Ganshoren, waar zij gedurende meerdere jaren samenwerkten. De precieze chronologie is niet duidelijk, maar wel is helder dat de samenwerking aanvankelijk draaide om ontzilting en het opsporen van ondergrondse watervoorraden.Schrijvers, ‘l’Europe sera de droite ou ne sera pas!’, 2007, pp. 375–376.
In 1965 werden op Ibiza experimenten uitgevoerd met een procédé dat zeewater in drinkwater zou moeten omzetten. Daarna verschoof de aandacht naar het detecteren van ondergrondse waterreserves. Voor deze werkzaamheden werd in de daaropvolgende jaren financiering gevonden bij verschillende Europese zakenlieden en investeerders. Deze experimenten vormden uiteindelijk de aanloop naar de technologie waarmee Bonassoli en De Villegas later beweerden ook aardolie te kunnen lokaliseren.
Affaire van de avions renifleurs
Begin 1976 raakte Elf-ERAP geïnteresseerd in de door De Villegas en Bonassoli gepresenteerde detectietechniek. Het systeem zou ondergrondse afzettingen van onder meer aardolie en aardgas kunnen lokaliseren zonder conventionele proefboringen. Twee typen apparatuur kregen de namen Delta en Oméga. Delta werd vanuit een vliegtuig gebruikt, terwijl Oméga op de grond beelden van de veronderstelde ondergrondse structuren op een monitor moest weergeven.
Na een reeks demonstraties sloot Elf-Aquitaine op 28 mei 1976 in Zürich een overeenkomst met FISALMA, de onderneming waarmee de technologie werd geëxploiteerd. Elf kreeg voor een bepaalde periode exclusieve gebruiksrechten voor Delta en Oméga. De overeenkomst en de proeven werden onder strikte geheimhouding uitgevoerd.“Une histoire à rebondissements”, Le Monde, 2 januari 1984.
Bonassoli vervulde daarbij een centrale technische functie. Het latere rapport van de Franse Cour des comptes omschreef hem als de feitelijke technische verantwoordelijke voor Delta en Oméga: binnen het team was hij degene die de apparatuur kon monteren, afstellen, bedienen, herstellen en aanpassen. Dezelfde controle-instantie stelde vast dat medewerkers van Elf door de strikte geheimhouding maar beperkte toegang tot de apparatuur hadden. Reeds in 1976 uitten technici binnen Elf zorgen over onder meer de werkwijze, storingen aan de apparaten en het ontbreken van voldoende wetenschappelijke controle.
De beslissende controle vond in 1979 plaats. Op 24 mei kreeg de Franse fysicus Jules Horowitz opdracht de apparatuur te onderzoeken. Bij een proef werd aan de andere kant van een muur een liniaal verborgen die door het apparaat zichtbaar zou moeten worden gemaakt. Horowitz brak de liniaal zonder dit aan Bonassoli mee te delen. Op het scherm verscheen desondanks een afbeelding van een intacte liniaal. Volgens latere reconstructies van onder meer L'Express, Le Monde en Stichting Skepsis werd bij de demonstraties vooraf vervaardigd beeldmateriaal gebruikt in plaats van een daadwerkelijke afbeelding van het verborgen voorwerp.Jan Willem Nienhuys, “Snuffelvliegtuigen: pseudo-wetenschappelijke oplichterij”, Skepter, jaargang 14, nr. 4, 2001, Stichting Skepsis. Kort daarna werd de samenwerking met de uitvinders beëindigd.
De affaire bleef aanvankelijk buiten de openbaarheid. Op 21 december 1983 maakte Le Canard enchaîné de kwestie publiek, waarna de zaak uitgroeide tot een Frans politiek-financieel schandaal. Over de persoonlijke motieven van Bonassoli werd in de contemporaine berichtgeving terughoudender geoordeeld dan over de technische manipulatie zelf. Daniel Schneidermann schreef in Le Monde in maart 1984 dat de apparatuur in elk geval in de laatste fase duidelijk was gemanipuleerd, maar dat het motief en de precieze verdeling van verantwoordelijkheid onduidelijk bleven.Daniel Schneidermann, “II. – Le sacré et le secret”, Le Monde, 30 maart 1984.
Latere jaren Bonassoli bleef na het openbaar worden van de affaire onderwerp van journalistieke en historische reconstructies. Hij kwam zelf aan het woord in de documentaire L'Extravagante Affaire des avions renifleurs van Jean-Charles Deniau, die in maart 2012 door France 3 werd uitgezonden. L'Express meldde in 2013 dat Bonassoli op dat moment in Italië woonde en opnieuw televisietoestellen repareerde. Betrouwbare, recentere openbare bronnen over zijn persoonlijke omstandigheden zijn schaars.
Categorie:Italiaans uitvinder