Choi Eun-hee (geboren als Kyung-soon; Koreaans: 최은희; Gwangju, 20 november 1926 – Seoul, 16 april 2018) was een Zuid-Koreaanse actrice. Ze was een van de meest vooraanstaande gezichten in de Koreaanse filmwereld gedurende de jaren 1960 en 1970. De actrice verscheen in meer dan 130 films, waarvan meerdere waren opgenomen in gevangenschap.

In 1978 werden Choi en haar toenmalige ex-man, filmregisseur Shin Sang-ok, ontvoerd naar Noord-Korea in opdracht van Kim Jong-il. Daar werden ze gedwongen om films te maken. In 1986 lukte het hen om te ontsnappen en asiel aan te vragen bij de Amerikaanse ambassade in Wenen. In 1999 keerden ze terug naar Zuid-Korea, nadat ze tien jaar in de Verenigde Staten hadden gewoond.

Biografie

Vroege jaren en start carrière Choi werd in 1926 geboren in het door Japan bezette Zuid-Korea. In 1943 sloot ze zich aan bij het toneelgezelschap 'Arang'. Dit deed ze om haar oproep te ontlopen voor de Japanse militaire dienst als 'troostmeisje', oftewel gedwongen prostitutie. In die periode liet Choi haar geboortenaam Kyung-soon vallen en ging ze door het leven als Eun-hee. Na de bevrijding van Korea in 1945 begon ze aan haar filmcarrière.

Op 21-jarige leeftijd maakte Choi haar filmdebuut in A New Oath uit 1947. Ze ontving lovende kritieken voor haar optreden, wat de deur opende voor andere filmrollen. Het jaar erop verscheen ze in haar doorbraakrol voor de film The Sun of Night. Al snel werd ze beschouwd als een van de drie grote sterren van de Koreaanse filmwereld, samen met de actrices Kim Ji-mee en Um Aing-ran. Kort na haar filmdebuut trouwde ze met haar eerste echtgenoot, Kim Hak-sung. Hij was werkzaam als cameraman en was 20 jaar ouder dan Choi. Jaren later deelde de actrice dat Kim fysiek gewelddadig was tijdens hun huwelijk.

Koreaanse Oorlog en huwelijk met Shin Sang-ok Toen de Koreaanse Oorlog uitbrak in 1950, bevond Choi zich in Seoul, weg van haar echtgenoot Kim. De stad was ingenomen door het Noord-Koreaanse Volksleger. De troepen dwongen de actrice om voor hen op te treden, en deel uit te maken van een entertainmentgezelschap. Ze wist later te ontsnappen, maar werd nabij de frontlinie gevangengenomen door het Zuid-Koreaanse leger. Een Zuid-Koreaanse militaire politieagent verkrachtte haar nadat hij haar van verraad had beschuldigd.

Na haar terugkeer naar Zuid-Korea verslechterde haar relatie met Kim. Choi ontmoette de regisseur Shin Sang-ok terwijl hij werkte aan zijn regiedebuut Evil Night (1952). De twee werkten voor het eerst samen voor de semi-documentaire Korea (1954). In 1954 scheidde Choi van Kim Hak-sung. Datzelfde jaar, op 7 maart, trouwde ze met Shin. Het stel woonde samen in Seoul. Ze adopteerden een zoon en een dochter. Shins associatie met de beroemde Choi hielp zijn carrière als regisseur op gang. Tezamen richtten ze het filmproductiebedrijf Shin Film op. Choi speelde in veel van Shins films, waaronder A Flower in Hell uit 1958 en The Houseguest and My Mother uit 1961. Ze waren een invloedrijke koppel in de Zuid-Koreaanse filmindustrie. Choi ontving meerdere prijzen gedurende haar carrière. Ze won onder andere de Buil Filmprijs, de Daejong Filmprijs en de Blue Dragon Filmprijs.

In de jaren zeventig groeide Choi uit tot een nationaal sekssymbool, mede wegens haar rollen in de erotisch getinte films van haar echtgenoot. Tegelijkertijd kreeg de Zuid-Koreaanse filmindustrie geleidelijk te maken met steeds strengere censuur en overheidsbemoeienis. Shin uitte kritiek op het censuurbeleid van de regering van dictator Park Chung-hee, waarna Park het productiebedrijf Shin Films liet sluiten in 1976. Datzelfde jaar scheidde Choi van Shin na diens affaire met de jonge actrice Oh Su-mi. Via het nieuws kwam Choi achter de affaire. Daarbij werd bekendgemaakt dat Shin twee kinderen had gekregen met Oh.

Ontvoering en jaren in Noord-Korea

Eind jaren 1970 begon de carrière van Choi achteruit te gaan. In januari 1978 reisde ze naar Hongkong om een persoon te ontmoeten die zich voordeed als zakenman en haar aanbood om samen een nieuw filmbedrijf op te richten. Eenmaal in Hongkong werd Choi gedrogeerd en in opdracht van Kim Jong-il ontvoerd naar Noord-Korea. De reden voor de ontvoering was Kims wens om de moderne Noord-Koreaanse filmindustrie internationaal te ontwikkelen. Bij aankomst wachtte hij Choi persoonlijk op in de haven van Namp'o. Zes maanden na haar ontvoering ging Shin op zoek naar zijn ex-vrouw. In zijn zoektocht werd hij zelf ontvoerd en naar Noord-Korea gebracht. In 1983 trouwden Choi en Shin opnieuw, op aandringen van Kim.

Tussen 1983 en 1986 werkte het echtpaar onder dwang mee aan meerdere Noord-Koreaanse films. Aanvankelijk moesten ze propagandafilms maken, maar later kregen ze meer artistieke vrijheid van Kim Jong-il. Desalniettemin stonden Choi en Shin voortdurend onder toezicht. De film Salt (1985) leverde Choi de prijs voor beste actrice op tijdens het 14e Internationaal Filmfestival van Moskou. In 1986 reisde het stel naar Wenen om daar de Noord-Koreaanse filmindustrie te promoten. Daar ontsnapten Choi en Shin en vroegen ze politiek asiel aan bij de Amerikaanse ambassade.

In 2011 zei Choi in een interview dat zij en haar echtgenoot de ruimte kregen om films met artistieke waarde te maken, in plaats van alleen "propagandafilms waarin het regime werd verheerlijkt," maar dat ze Kim nooit kon vergeven voor de ontvoering en dat ze in gevangenschap snakte naar vrijheid.

Latere leven Drie jaar na hun ontsnapping verkregen Choi en Shin Sang-ok het Amerikaanse staatsburgerschap. Ze namen respectievelijk de namen Theresa Sheen en Simon Sheen aan. Ze woonden in Reston voor twee jaar onder bescherming van de Amerikaanse autoriteiten. Vervolgens verhuisden ze naar Californië. Het stel keerde in 1999 terug naar Zuid-Korea.

Na haar terugkeer naar haar geboorteland ontving Choi meerdere onderscheidingen voor haar bijdrage aan Koreaanse film. In 2006 kreeg ze de Achievement Award bij de Korean Film Awards en in 2008 de Special Achievement Award van de Korean Association of Film Critics. In 2009 ontving ze de Chunsa Award en in 2010 de Lifetime Achievement Award bij de Grand Bell Awards. In 2014 werd ze onderscheiden met de Orde van Culturele Verdienste.

Choi en Shin bleven samen tot Shins dood in 2006, toen hij 79 jaar oud was. Op 16 april 2018 overleed Choi op 91-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Seoul aan de gevolgen van een chronische nierziekte.

Filmografie

Een select aantal films uit het oeuvre van Choi Eun-hee JaarTitelRolBron1947A New Oath (Saelo-un maengseo)1948The Sun of Night (Bam-ui tae-yang)1949A Hometown in Heart (Ma-eum-ui go-hyang)Weduwe1954Korea1958A Flower in Hell (Ji-ok-hwa) Sonya 1960 To the Last Day (I saengmyeong dahadolog) 1961Evergreen Tree (Sangnoksu)Prince Yeonsan (Yeonsan-gun)Sin-biSeong Chun-hyangSeong Chun-hyang The Houseguest and My Mother (Sarangbang Sonnimgwa Eomeoni) Jonge weduwe 1962 A Happy Day of Jinsa Maeng (Maengjinsadaek Gyeongsa) Ib-bun The Memorial Gate for Virtuous Women (Yeolnyeomun) Mevrouw Han 1963 Rice (Ssal)Song Jeong-hee1964 The Red Scarf (Ppalgan Mahura) Ji-seon Deaf Sam-yong (Beongeori Samryong) 1967 Phantom Queen (Dajeongbulsim) 1968 Woman (Yeo) Noord-Korea1984Runaway (Talchulgi)Song Ryuls vrouw 1985 Love, Love, My Love (Sarang sarang naesarang) Chunhyangs moederSalt (Sogeum)MoederThe Tale of Shim Chong (Sim Cheongjeon)Shim Chongs moeder

Externe link

Categorie:Zuid-Koreaans acteur Categorie:Ontvoeringsslachtoffer