Jan Eduard Claes (22 juli 1850) was een uit Borgerhout afkomstige diamantslijper die zich in 1876 in Nijlen vestigde. Hij wordt in erfgoedpublicaties vaak aangeduid als de eerste diamantslijper in de Kempen en als een pionier van de diamantbewerking in Nijlen. Omstreeks 1885 liet hij in Nijlen een grotere diamantslijperij bouwen. De vestiging van Claes wordt in de geschiedschrijving over de streek verbonden met het begin van de latere Kempense diamantnijverheid.

Vestiging in Nijlen De Inventaris Onroerend Erfgoed omschrijft Claes als een Borgerhoutenaar en vermeldt 22 juli 1850 als zijn geboortedatum. In 1876 vestigde hij zich met zijn vrouw Joanna Lieckens, die uit Nijlen afkomstig was, in die gemeente. De vroegste werkplek van Claes wordt gesitueerd bij de hoek van de Albertkanaalstraat en de Statiestraat. Later verhuisde het gezin naar de Albertkanaalstraat.

Omdat Nijlen in 1876 nog niet over gas- of elektriciteitsvoorziening beschikte, moest het mechanisme waarmee de slijpschijf werd aangedreven met de hand in beweging worden gehouden. Volgens de heemkundige reconstructie van H. Budts werd dit bij Claes aanvankelijk door zijn vrouw Joanna gedaan. Hetzelfde gegeven werd later overgenomen in de beschrijving van de diamantwerkplaats door het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Diamantslijperij Verschillende hedendaagse erfgoedbronnen dateren de oprichting of opening van Claes' grotere slijperij aan de toenmalige Kesselsesteenweg in 1885. Over de precieze bouwdatum bestaat echter enige onzekerheid. Budts situeerde de bouw in de periode 1885–1890 en merkte daarbij op dat de exacte bouwjaren van de vroege Nijlense slijperijen niet in de geraadpleegde gemeentelijke archieven waren teruggevonden.

Volgens diezelfde reconstructie telde de slijperij aanvankelijk zestien slijpmolens, acht op de benedenverdieping en acht op de verdieping. Later zouden daar nog acht molens aan zijn toegevoegd. De werkplaats vormde daarmee een andere schaal van productie dan de eerdere, met de hand aangedreven thuismolen waarmee Claes in Nijlen was begonnen.

Betekenis voor de Kempense diamantnijverheid Claes' historische betekenis wordt in de geraadpleegde bronnen vooral verbonden met de introductie van het diamantslijpen in Nijlen. ETWIE en Toerisme Provincie Antwerpen omschrijven hem voorzichtig als iemand die vaak als de eerste diamantslijper in de Kempen wordt aangeduid. Kempens Karakter noemt zijn slijperij van 1885 het begin van een ingrijpende ontwikkeling van de diamantbewerking in dit deel van de Kempen.

De verdere uitbouw van de Kempense diamantnijverheid kan evenwel niet uitsluitend aan Claes worden toegeschreven. Dezelfde erfgoedbronnen wijzen onder meer op de invloed van het nabijgelegen Antwerpse diamantcentrum en op latere ondernemers en werkplaatsen in andere Kempense gemeenten. In de daaropvolgende decennia groeide de diamantbewerking uit tot een belangrijke vorm van nijverheid in Nijlen en andere delen van de Kempen.

Nalatenschap In Nijlen is de J. E. Claeslaan naar Jan Eduard Claes genoemd. De Inventaris Onroerend Erfgoed verbindt de straatnaam uitdrukkelijk met zijn rol bij de introductie van de diamantindustrie in Nijlen. Volgens een brochure van het lokaal bestuur van Nijlen werd in september 1958 beslist een gedeelte van de Kesselsesteenweg tot Jan Eduard Claeslaan om te dopen.

Zie ook Kempens Diamantcentrum Diamantschool van Nijlen

Externe link Dia­mant­be­wer­king in de Kempen

Bronnen

Categorie:Belgische diamantindustrie Categorie:Nijlen