De Oppert is een straat in de wijk Stadsdriehoek in het centrum van Rotterdam. De straat loopt van het Grotekerkplein bij de Laurenskerk naar de Noordmolenwerf en kruist onderweg de Meent. Het huidige tracé dateert uit de wederopbouw en ligt westelijk van de gelijknamige vooroorlogse straat. De naam Oppert is veel ouder en gaat terug op de middeleeuwse stadsuitbreiding Nieuwpoort.
Geschiedenis
Naamgeving Nieuwpoort was een middeleeuwse uitbreiding van Rotterdam, die vermoedelijk omstreeks 1328 bij de bestaande stad werd getrokken. In een akte uit 1339 wordt een huis inde Nyepoorte vermeld; in 1343 is sprake van een straat in dit stadsdeel. De naam ging later over op de voornaamste straat. Uit Nieuwpoort ontstond onder meer de vorm Noppert; de aanduiding in de Noppert werd vervolgens opgevat als in den Oppert. Zo ontstond de huidige straatnaam.
Vooroorlogse ligging De oude Oppert liep vanaf de omgeving van de Laurenskerk noordwaarts naar de Hofpoort en was aan beide zijden bebouwd. De straat lag tussen twee evenwijdige waterlopen. Van west naar oost bestond de strook uit de Middenwatering, de bebouwing aan de westzijde van de Oppert, de straat zelf, de bebouwing aan de oostzijde, de Binnenrotte en de huizen aan de Lombardstraat. De Middenwatering, ook Slikvaart of Slijkvaart genoemd, stond vanwege de slechte geur in de volksmond bekend als de Stinksloot. De Binnenrotte was het deel van de Rotte binnen de stad. De achtererven en achtergevels van de huizen aan de oostzijde van de Oppert grensden aan dit water; aan de overzijde stonden de huizen waarvan de voorgevels aan de Lombardstraat lagen. thumb|De Binnenrotte in 1860. Links de achterzijde van huizen aan de Oppert en rechts die van huizen aan de Lombardstraat. Schilderij van Jan Bikkers. Een schilderij van Jan Bikkers uit 1860 toont deze situatie vanaf het water: links staan de achterhuizen van de Oppert en rechts die van de Lombardstraat.
Aan het noordelijke uiteinde van de straat stond de Hofpoort. In 1778 werd daar een nieuwe poort gebouwd, met boven de doorgang een hoge gecanneleerde zuil met een bol als topornament. Rond de voet stonden vier zandstenen leeuwen van beeldhouwer Johannes Keerbergen. Na de afbraak van de poort in 1833 werden de beelden opgeslagen. In 1860 kregen ze een plaats bij de Koningsbrug, die daardoor in de volksmond de Vierleeuwenbrug ging heten.
thumb|Huizen met tuinen aan de oude Oppert, 1852–1865. Stereofoto toegeschreven aan Pieter Oosterhuis. De omgeving veranderde in de negentiende eeuw aan beide kanten van de straat. De Slik- of Slijkvaart werd in de jaren 1852 en 1853 gedempt; op haar tracé, direct ten westen van de oude Oppert, werd de Lange Torenstraat aangelegd. Aan de oostzijde werd tussen 1868 en 1874 de Binnenrotte gedempt voor de aanleg van een verhoogd spoorwegviaduct. Vanaf 1877 reden de treinen daar over het zogenoemde Luchtspoor. De huizen aan de oostzijde van de Oppert, die voorheen het water achter zich hadden, kwamen daardoor met hun achterzijde aan de voet van het spoor te staan. Aan de andere kant van het viaduct bleef de Lombardstraat liggen.
De oude Oppert zelf bleef tot 1940 op haar bestaande tracé liggen. Waar aan de westkant de Stinksloot had gelegen, liep voortaan de Lange Torenstraat; aan de oostkant verving het spoor de Binnenrotte achter de huizen.
Gebouwen en instellingen Aan de oude Oppert waren verschillende onderwijsinstellingen, kerkgebouwen en maatschappelijke organisaties gevestigd. De voorloper van het Erasmiaans Gymnasium stond oorspronkelijk aan de westzijde van de straat, met de achterzijde aan de Middenwatering. In 1592 verhuisde de school naar het voormalige Cellebroedersklooster aan de Wijde Broedersteeg.
Na de Reformatie werd in 1638 het huis Het Ossenhoofd, tussen de Oppert en de Slijkvaart, als vaste katholieke schuilkerk ingericht. Zij was gewijd aan Laurentius en Maria Magdalena en stond bekend als de Oppertse Kerk. Toen deze te klein was geworden, stichtte men in 1647 elders in de binnenstad een tweede kerkplek, Het Paradijs, waaruit later de Paradijskerk voortkwam. De Oppertse Kerk bleef bestaan tot zij in 1940 werd verwoest.
In 1819 verrees aan de Oppert een eigen gebouw van het Rotterdamse departement van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Het Nutsgebouw bevatte verschillende vergader- en gehoorzalen; de zogenoemde Nutszaal werd later ook voor filmvertoningen gebruikt. In dit gebouw werd op 1 november 1865 de eerste Rotterdamse hogereburgerschool met vijfjarige cursus geopend. Een dag later begonnen de lessen voor 75 leerlingen, gegeven door dertien leraren. Het Nutsgebouw ging in 1940 verloren.
Vanaf 1882 stond op nummer 72 het gebouw van de in 1767 opgerichte vrijmetselaarsloge De Drie Kolommen. Ook dit gebouw ging bij het bombardement van mei 1940 verloren.
Het Sint Franciscus Gasthuis opende in mei 1892 zijn eerste inrichting op de bovenverdiepingen van een distilleerderij aan de Oppert. Het ziekenhuis had drie zalen met samen twaalf bedden. Omdat het onderkomen te klein en ongeschikt was, besloot het bestuur al in september van dat jaar naar de Schiekade te verhuizen.
In de negentiende en vroege twintigste eeuw waren aan de Oppert veel Joodse winkels en eetgelegenheden, verenigingslokalen en verschillende kleinere synagogen gevestigd. Van 1852 tot 1898 bevond ook het Israëlitisch weeshuis zich aan de straat; daarna verhuisde het naar een nieuw gebouw aan de Mathenesserlaan.
Bekende bewoners De schilder en etser Willem Buytewech woonde in 1618 als gezeten burger aan de Oppert. De latere hervormde predikant en Utrechtse hoogleraar Johannes Jacobus van Oosterzee woonde er als kind.
Op nummer 188 woonde enige tijd het gezin Van Biene, waartoe de cellist en componist Auguste van Biene en de actrice Sophie van Biene behoorden. In 1869 verhuisde het gezin van architect en timmerman Dirk Verheul naar Oppert 130. Zijn zoon, de latere architect, gemeenteraadslid en tekenaar Jan Verheul, groeide daar op. De achterzijde van het pand kwam uit op de Binnenrotte; vanuit zijn ouderlijk huis zag Verheul de demping daarvan en de aanleg van het spoorviaduct.
Het gezin van de latere schaakmeester Salo Landau vestigde zich in 1920 aan Oppert 163b en verhuisde in 1930 naar nummer 65c. Landau zelf woonde, na een verblijf aan de Diergaardelaan, van november 1934 tot september 1935 opnieuw op nummer 65c. In 1936 werd hij Nederlands kampioen schaken.
Bombardement en wederopbouw Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 en de daaropvolgende stadsbrand ging vrijwel alle bebouwing aan zowel de oude Oppert als de parallelle Lange Torenstraat verloren. In het wederopbouwplan werd het oude stratenpatroon niet hersteld. De vooroorlogse Oppert verdween en de naam werd overgebracht naar een westelijker tracé dat voor een deel de voormalige Lange Torenstraat volgt. Een deel van de huidige straat ligt daardoor op de lijn waar achtereenvolgens de Stinksloot en de Lange Torenstraat lagen; de oude Oppert lag oostelijker.
Bij besluit van de burgemeester van 30 juni 1942 werd de naam Oppert voor het gewijzigde tracé opnieuw vastgesteld. Het Luchtspoor aan de oostzijde bleef na de oorlog in gebruik. Nadat in 1993 de Willemsspoortunnel was geopend, werd het viaduct afgebroken.
Huidige straat thumb|Het Duivenvrouwtje van Adri Blok op de hoek van de Oppert en de Meent
Vanaf de Meent kijkt men via de Oppert uit op de toren van de Laurenskerk. Langs de straat staan voornamelijk woningen, winkels en kantoren.
Het woon- en winkelblok op de hoek van de Meent, de Oppert en de Binnenrotte werd tussen 1950 en 1954 gebouwd naar ontwerp van J.P.L. Hendriks, W. van der Sluys en L.A. van den Bosch.
Op de hoek van het Grotekerkplein en de Oppert staat Gebouw De Heuvel. Het werd in 1957–1959 onder projectarchitect Kees Hoogeveen gebouwd voor de Centrale Hervormde Jeugdraad en op 23 mei 1959 geopend door prinses Beatrix. De Heuvel bood onder meer onderdak aan jongerenactiviteiten, voorstellingen en jazzsociëteit B14. Het gebouw is tegenwoordig een gemeentelijk monument en heeft nog altijd een sociaal-culturele functie.
Aan de Oppert en de Binnenrotte werd in 2007 het door Klunder Architecten ontworpen wooncomplex De Hofdame opgeleverd. Het gesloten bouwblok bevat 231 appartementen, bedrijfsruimten, een parkeergarage en een gemeenschappelijke binnentuin.
Op een gevel op de hoek van de Meent en de Oppert bevindt zich Het Duivenvrouwtje, een bronzen reliëf dat Adri Blok in 1962 vervaardigde. Oud-leerlingen schonken het ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Koningin Wilhelmina Kweekschool. Het motief verwijst naar de zogenoemde Rotterdamse duivenvrouwtjes, die bij de Laurenskerk vogels voerden. Nadat het kunstwerk jarenlang zoek was geweest, werd het gerestaureerd en op 20 november 2018 op zijn huidige plaats aangebracht. De zes verdwenen duivenfiguren werden daarbij opnieuw in brons gegoten.
Afbeeldingen
Externe links Straatnamenkaart van het Stadsarchief Rotterdam
Categorie:Straat in Rotterdam Centrum