Psalm 11, in de Septuagint en de Vulgaat Psalm 10, ook bekend als In Domino confido, is een psalm uit de Psalmen in de Hebreeuwse Bijbel. Het is tevens een psalm van David.

Inhoud De psalm opent met een belijdenis van vertrouwen in de Heer ten tijden van vervolging, en de psalmist vraagt zich af waarom hem dan gezegd wordt om te vluchten in de bergen. Daarna volgt de vraag wat de rechtvaardigen kunnen doen, terwijl de goddelozen de onschuldigen vervolgen en de fundamenten van de sociale orde ondergraven hebben; of vernietigd wat volmaakt was. Het antwoord hierop is dat de Heer nog steeds regeert: de goddelozen zullen hun straf ontvangen, en Zijn blik is gericht op de rechtvaardigen.

Interpretatie Augustinus van Hippo De Heilige Augustinus beschouwde de psalm als zijnde tegen de ketters die de Moederkerk verdeelden: zowel de donatisten als de manicheeërs.Augustinus Hipponenis, Enarrationes in Psalmos, ca. 392-422. Christus wordt in sommige profetieën als een berg voorgesteld, en de ketters, die allen beweren Christus aan hun kant te hebben, trachtten mensen te bekeren, om "in de bergen heen te vluchten". De pijlen waarmee de ketters bereid zijn om te schieten zijn dan verzen uit het Heilig Schrift die de ketters misbruiken. De psalm biedt het antwoord: In Domino confido. In het psalter dat Augustinus voor zich had, (zie: Vetus Latina) was er in de derde vers het woord "luna" toegevoegd, "[...] ut sagittent in obscura luna rectos corde," wat niet het geval is in de Vulgaat. De obscure maan, waaronder de zondaars bereid zijn om te schieten, is de Kerk, die van zichzelf geen licht uitstraalt maar belicht wordt door de eniggeboren Zoon van God, vaak voorgesteld als de zon, alsook, de Kerk die zowel een lichte, geestelijke kant, als een donkere, wereldse kant heeft. Het is dus terwijl de Kerk obscuur is, of obscuur lijkt, dat de onschuldigen vervolgd worden door ketters.

Augustinus schrijft ook, dat de maan als een synagoge, gevuld met zondaars, kan worden geïnterpreteerd. Dan gaat de psalm over het jodenvolk, die hebben vernield wat volmaakt was, de Christus die zijn vertrouwen legt in Zijn Vader, en Zijn volgers, die door de zondaars vervolgd werden. De verwijzing naar de oogleden van de Heer, wat het sluiten en openen van de ogen zou beteken, verwijst dan naar de dood en herrijzenis van Christus.

Johannes Chrysostomus Johannes Chrysostomus zag in deze psalm een expositie van de kracht van het vertrouwen in de Heer. Ioannes Chrysostomus, Expositio in Psalmos, in: Patrologiae Cursus Completus, Series Graeca, tom. 55, pp. 140-144. De onschuldigen, gewapend enkel met vertrouwen in de Heer, hadden immers in zijn tijd al "de hele wereld" veroverd. Gewapend met zulke kracht is het dan belachelijk om te vluchten in het wildernis. Men moet de goddelozen ook niet vrezen, omdat ze zonder Gods gunst geen kracht hebben en enkel "in het donker schieten" kunnen schieten. Omdat ze onrechtvaardig zijn, zijn ze zwak, en hun wereldse macht en rijkdom is louter een vertoon van die zwakte. Na het beschrijven van de zwakte van de goddelozen, gaat de psalm over naar het beschrijven van de bepantsering van de rechtvaardigen: vertrouwen in God, die geen nood heeft aan wereldse militaire macht.

Thomas van Aquino Thomas van Aquino schrijft dat de psalm op drie manieren kan worden uitgelegd: letterlijk, met betrekking tot David, mystiek en allegorisch, met betrekking tot Christus, en moreel, met betrekking tot de rechtvaardige mens en de ketters.Thomas de Aquino, In psalmos Davidis expositio, Textum Parmae 1863 editum. Met betrekking tot Christus fungeert de berg als Sinai, d.w.z. de Wet van Mozes, waarin de farizeeën Hem trachtten te sturen. En als Hij dit niet zou doen, dan zou Hij en Zijn volgers vervolgd worden. Met betrekking tot de ketters en de rechtvaardige mens deelt Thomas grotendeels de interpretatie van Augustinus, inclusief bij de vermelding van de obscure maan. Aan de berg koppelt hij, naast de voorstelling van een "andere Christus", daarbovenop nog de betekenis van het hoogtepunt van het intellect die de ketters beweren te hebben.

Tekst SeptuagintΨαλμὸς 10, Septuagint, via septuagint.bible, geraadpleegd op 21 september 2026. Vulgata (Clementina)Liber Psalmorum: caput 10, Vulgata Clementina. Masoretische tekst Psalms Chapter 11 תְּהִלִּים, Masoretische tekst, via mechon-mamre.org, geraadpleegd op 21 september 2026. Εἰς τὸ τέλος· ψαλμὸς τῷ Δαυΐδ. In finem. Psalmus David. לַמְנַצֵּ֗חַ לְדָ֫וִ֥ד בַּֽיהֹוָ֨ה ׀ ΕΠΙ τῷ Κυρίῳ πέποιθα· πῶς ἐρεῖτε τῇ ψυχῇ μου· μεταναστεύου ἐπὶ τὰ ὄρη ὡς στρουθίον; In Domino confido; quomodo dicitis animæ meæ: Transmigra in montem sicut passer? חָסִ֗יתִי אֵ֭יךְ תֹּאמְר֣וּ לְנַפְשִׁ֑י (נודו) [נ֝֗וּדִי] הַרְכֶ֥ם צִפּֽוֹר׃ ὅτι ἰδοὺ οἱ ἁμαρτωλοὶ ἐνέτειναν τόξον, ἡτοίμασαν βέλη εἰς φαρέτραν τοῦ κατατοξεῦσαι ἐν σκοτομήνῃ τοὺς εὐθεῖς τῇ καρδίᾳ. Quoniam ecce peccatores intenderunt arcum; paraverunt sagittas suas in pharetra, ut sagittent in obscuro rectos corde: כִּ֤י הִנֵּ֪ה הָרְשָׁעִ֡ים יִדְרְכ֬וּן קֶ֗שֶׁת כּוֹנְנ֣וּ חִצָּ֣ם עַל־יֶ֑תֶר לִיר֥וֹת בְּמוֹ־אֹ֝֗פֶל לְיִשְׁרֵי־לֵֽב׃ ὅτι ἃ σὺ κατηρτίσω, αὐτοὶ καθεῖλον· ὁ δὲ δίκαιος τί ἐποίησε; quoniam quæ perfecisti destruxerunt; justus autem, quid fecit? כִּ֣י הַ֭שָּׁתוֹת יֵהָרֵס֑וּן צַ֝דִּ֗יק מַה־פָּעָֽל׃ Κύριος ἐν ναῷ ἁγίῳ αὐτοῦ· Κύριος ἐν οὐρανῷ ὁ θρόνος αὐτοῦ. οἱ ὀφθαλμοὶ αὐτοῦ εἰς τὸν πένητα ἀποβλέπουσι, τὰ βλέφαρα αὐτοῦ ἐξετάζει τοὺς υἱοὺς τῶν ἀνθρώπων. Dominus in templo sancto suo; Dominus in cælo sedes ejus. Oculi ejus in pauperem respiciunt; palpebræ ejus interrogant filios hominum. יְהֹוָ֤ה ׀ בְּֽהֵ֘יכַ֤ל קׇדְשׁ֗וֹ יְהֹוָה֮ בַּשָּׁמַ֢יִם כִּ֫סְא֥וֹ עֵינָ֥יו יֶחֱז֑וּ עַפְעַפָּ֥יו יִ֝בְחֲנ֗וּ בְּנֵ֣י אָדָֽם׃ Κύριος ἐξετάζει τὸν δίκαιον καὶ τὸν ἀσεβῆ, ὁ δὲ ἀγαπῶν τὴν ἀδικίαν μισεῖ τὴν ἑαυτοῦ ψυχήν. Dominus interrogat justum et impium; qui autem diligit iniquitatem, odit animam suam. יְהֹוָה֮ צַדִּ֢יק יִ֫בְחָ֥ן וְ֭רָשָׁע וְאֹהֵ֣ב חָמָ֑ס שָֽׂנְאָ֥ה נַפְשֽׁוֹ׃ ἐπιβρέξει ἐπὶ ἁμαρτωλοὺς παγίδας, πῦρ καὶ θεῖον καὶ πνεῦμα καταιγίδος ἡ μερὶς τοῦ ποτηρίου αὐτῶν. Pluet super peccatores laqueos; ignis et sulphur, et spiritus procellarum, pars calicis eorum. יַמְטֵ֥ר עַל־רְשָׁעִ֗ים פַּ֫חִ֥ים אֵ֣שׁ וְ֭גׇפְרִית וְר֥וּחַ זִלְעָפ֗וֹת מְנָ֣ת כּוֹסָֽם׃ ὅτι δίκαιος Κύριος, καὶ δικαιοσύνας ἠγάπησεν, εὐθύτητας εἶδε τὸ πρόσωπον αὐτοῦ. Quoniam justus Dominus, et justitias dilexit: æquitatem vidit vultus ejus. כִּֽי־צַדִּ֣יק יְ֭הֹוָה צְדָק֣וֹת אָהֵ֑ב יָ֝שָׁ֗ר יֶחֱז֥וּ פָנֵֽימוֹ׃

Liturgisch gebruik Rooms-Katholicisme In het getijdengebed volgens de Monastieke Officie wordt deze psalm gebeden tijdens de priem van woensdag. In de moderne Romeinse Officie wordt het gebeden tijdens de vespers van maandag van week I.

#011