miniatuur|Horrible Massacre à Lyon ("Verschrikkelijk bloedbad in Lyon"); ingekleurde prent gedrukt in Belfort. Het leger voert de tricolore met verticale strepen, de opstandelingen de revolutionaire tricolore met horizontale strepen en de rode vlag van uiterst links. De opstand van de zijdewevers (Frans: révolte des canuts) vond plaats in april 1834 in de Franse stad Lyon. De opstand mondde uit in straatgevechten met het leger die een week duurden en meer dan driehonderd doden eisten. Het ging om een tweede opstand, na die van 1831. Waar de opstand van 1831 een sociaal protest tegen de lage lonen in de zijde-industrie betrof, had de tweede opstand ook een politiek karakter, als republikeins protest tegen de Julimonarchie. miniatuur|Événemens de Lyon ("Gebeurtenissen in Lyon"); ingekleurde prent gedrukt in Nancy.
Vooraf Na de opstand van de zijdewevers van 1831 werd er streng toegezien op het verbod tot vereniging van de zijdewevers. Deze canuts waren geschoolde ambachtslui van wie het loon onder druk kwam te staan door de mechanisering van het weefproces. Na de opstand van 1831 bleef het conflict sluimeren. De fabrikanten kondigden voor 1834 een daling van de lonen aan, die volgens hen het jaar ervoor dankzij de goede conjunctuur te fel waren gestegen.
In februari 1834 brak er een algemene staking uit onder zijdewevers die met geweld werd onderdrukt. Het proces tegen de stakingsleiders ging op 5 april van start. Zij werden ervan beschuldigd zich te hebben verenigd en te hebben gestaakt. De opstand brak uit op 9 april. Net die dag werd er door het Franse parlement een wet gestemd die het recht van vereniging verder inperkte. Er werd onder de zijdewevers opgeroepen tot een nieuwe staking. Bovendien waren er door Adrien de Gasparin, de prefect van het departement Rhône, republikeinse agitatoren gesignaleerd in de stad.
Opstand miniatuur|Une barricade des émeutes lyonnaise de 1834 ("Een barricade van de rellen in Lyon van 1834"); schilderij van Jean-Claude Bonnefond (Musée d'histoire de Lyon - Gadagne). Tijdens een straatprotest in steun van de zijdewevers die terechtstonden, werd er op de menigte geschoten. Ongeveer zesduizend zijdewevers kwamen in opstand. De wijkenToen waren deze wijken van Lyon nog zelfstandige gemeenten. La Guillotière en La Croix-Rousse kwamen op 10 april in handen van de opstandelingen. Onder de zijdewevers bevonden zich veteranen van het leger van het Napoleon en oud-leden van de Nationale Garde, die na de opstand van 1831 was ontbonden. Ze waren dus goed georganiseerd en gedisciplineerd. Zo werden er geen plunderingen getolereerd. De prefect en de militaire gouverneur van de stad, generaal Aymard, hielden op de elfde enkel nog stand in de wijk Saint-Jean en wachtten op versterkingen. Minister Adolphe Thiers beval het leger om in te grijpen. De militaire versterkingen kwamen aan vanuit het zuiden en op 12 april veroverde het leger de wijken La Guillotière, Saint-Nizier, Saint-Bonaventure en Vaise. Op 13 april werd Saint-Just ingenomen en 's anderendaags vluchtten de laatste opstandelingen uit de wijk La Croix-Rousse. Tijdens deze "bloedige week" vielen meer dan driehonderd doden en bijna zeshonderd gewonden.
Repressie De repressie was zwaar. De censuur werd ingesteld. De leiders van de opstand werden opgesloten, in afwachting van een proces dat in Parijs zou worden gehouden. Het proces ging van start in mei 1835 maar tegen dan hadden al een deel van de gevangenen weten te ontsnappen. De rechtbank veroordeelde de 163 beklaagden tot lange gevangenisstraffen of tot deportatie. In 1837 volgde er een amnestie, maar de zware repressie en de censuur hadden ervoor gezorgd dat het protest de volgende jaren niet opnieuw ontstak.
Analyse Waar de opstand van 1831 enkel draaide om arbeidsvoorwaarden en het recht op vereniging, speelde bij de opstand van 1834 ook de republikeinse eis om meer vrijheid. De opstand in Lyon viel samen met opstanden in andere Franse steden, waaronder Parijs. Op 14 april vond daar het bloedbad van de Rue Transnonain plaats.
Bronnen
Noot
Categorie:Geschiedenis van Lyon Categorie:1834