De Nationaal-Socialistische Beweging Vlaanderen (NSBV) was een kleine nationaalsocialistische politieke groepering in Vlaanderen die in de eerste maanden van de Duitse bezetting van 1940 ontstond. De beweging stond onder leiding van de Antwerpse advocaat Jozef Strijckers als voorzitter, diens schoonzoon Jan Baptist Bellefroid als secretaris en de Antwerpse advocaat Dries Van Rompaey als vicevoorzitter. De NSBV streefde naar een nationaalsocialistische Groot-Nederlandse staat en zocht politieke aansluiting bij de Nederlandse Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert. De organisatie bleef van zeer beperkte omvang en had tegen het midden van 1941 haar politieke betekenis verloren.
Oprichting en leiding De NSBV werd kort na de gebeurtenissen van mei 1940 opgericht. Jan-Jaap van den Berg beschrijft in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging de leiding als bestaande uit Jozef Strijckers, Jan Baptist Bellefroid en Dries Van Rompaey, respectievelijk voorzitter, secretaris en vicevoorzitter. Strijckers en Van Rompaey waren beiden advocaat. Van Rompaey wordt ook in historisch onderzoek naar het katholieke Vlaams-nationalisme aangeduid als Antwerpse advocaat en als vicevoorzitter van de NSBV in 1940.
Bellefroid was de schoonzoon van Strijckers. Hij had vóór de Tweede Wereldoorlog onder meer in Nederland verbleven en beschikte daardoor over contacten in het milieu van uitgeweken Vlaamse activisten. Anders dan Strijckers en Van Rompaey was Bellefroid geen advocaat; hij was afkomstig uit de Vlaamsgezinde christelijke vakbeweging en was tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken geweest bij het activisme.
Programma De NSBV formuleerde als doel de vorming van een nationaalsocialistische Groot-Nederlandse staat. Die staat zou volgens haar programma niet alleen Nederland en Vlaanderen omvatten, maar ook de Nederlandse en Belgische koloniale gebieden. Het aldus gevormde staatsverband moest volgens de beweging deel uitmaken van een economische gemeenschap met Midden-Europa.
Daarmee behoorde de NSBV tot de kleine nationaalsocialistische en Groot-Nederlandse groeperingen die in de beginfase van de bezetting naast het veel grotere VNV opereerden. Historicus Bruno De Wever stelt dat dergelijke radicale nationaalsocialistische en/of Groot-Duitse splintergroepen nauwelijks aanhang hadden. Hij rekent ook de beweging rond Strijckers en Van Rompaey tot deze kleine Antwerpse initiatieven en concludeert dat hun politieke impact gering was en dat zij geen steun van betekenis van het Duitse militaire bestuur kregen.
Contacten met de Nederlandse NSB De NSBV beschikte over contacten in het Vlaamse ballingenmilieu in Den Haag. Via de Vlaamse antiquair en activist Lambert Jageneau kregen Strijckers, Bellefroid en Van Rompaey op 11 juni 1940 een onderhoud met Meinoud Rost van Tonningen, een vooraanstaand lid van de Nederlandse NSB. Volgens Van den Berg is niet duidelijk of Rost van Tonningen vervolgens daadwerkelijk inging op het verzoek van de Vlaamse groep om ondersteuning.
Begin augustus 1940 bezocht Bellefroid het hoofdkwartier van de Nederlandse NSB in Utrecht, waar hij een gesprek had met NSB-leider Anton Mussert. Uit correspondentie van de NSBV concludeert Van den Berg dat de leiding zich nadien als met Musserts beweging verbonden beschouwde.
Die aanspraak leidde tot problemen met een andere kleine nationaalsocialistische formatie, de Nationaal-Socialistische Beweging in Vlaanderen (NSBiV) van Piet van Rossem sr. Ook Van Rossem stelde over goede betrekkingen met Mussert te beschikken. De rivaliteit werd versterkt doordat in het NSB-weekblad Volk en Vaderland positief over Van Rossem werd geschreven en zijn beweging ook in Antwerpen activiteiten ontplooide.
Concurrentie en mislukte concentratie De NSBV bleef volgens Van den Berg een organisatie van zeer beperkte omvang. Naast de concurrentie met Van Rossems NSBiV ondervond zij ook concurrentie van de radicale Nationaal-Socialistische Vlaamsche Arbeiderspartij. Tegelijkertijd werd duidelijker dat de Duitse bezettingsautoriteiten weinig belang hadden bij een veelheid aan kleine partijen en dat het VNV een aanzienlijk sterkere positie innam.
Tegen het einde van 1940 zocht de NSBV daarom toenadering tot het Verdinaso. De bedoeling was een politiek tegenwicht te vormen tegen het VNV, dat de NSBV-leiding tegenover Mussert bekritiseerde omdat zij het VNV niet als consequent Groot-Nederlands beschouwde.
Op 8 maart 1941 meldde het Verdinaso-blad Hier Dinaso! dat Verdinaso, NSBV en NSBiV hadden besloten tot nauwe samenwerking in leiding en politieke actie. De leiders van de drie organisaties ondertekenden een beginselakkoord. Volgens De Wever kreeg dit akkoord geen praktische betekenis. Van den Berg bevestigt dat het beginselakkoord niet werd uitgevoerd. In mei 1941 sloten Verdinaso en Rex-Vlaanderen zich aan bij het VNV. Daarmee was volgens hem ook de politieke rol van de NSBV uitgespeeld.
Benaming in de historiografie De benaming van de twee bijna gelijknamige organisaties is in de historische literatuur niet volledig uniform. In de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging van 1998 en de huidige digitale Encyclopedie van de Vlaamse beweging gebruikt Van den Berg de afkorting NSBV voor de organisatie rond Strijckers, Bellefroid en Van Rompaey en NSBiV voor de organisatie van Piet van Rossem.
Bruno De Wever gebruikt daarentegen de benaming „Nationaal Socialistische Beweging in Vlaanderen” en de afkorting NSBiV voor de beweging die door de Antwerpse advocaten Strijckers en Van Rompaey werd opgericht, terwijl hij daarnaast de „Nationaal Socialistische Beweging Vlaanderen” van Piet van Rossem vermeldt. Bij vergelijking van publicaties over deze kleine organisaties moet daarom rekening worden gehouden met deze terminologische variatie.
Nasleep Na de oorlog werden leden van de voormalige leiding wegens hun collaboratie vervolgd. Het krijgshof veroordeelde Strijckers op 17 mei 1946 tot tien jaar gevangenisstraf en tot betaling van een schadevergoeding aan de Belgische Staat. Van Rompaey werd in 1946 vanwege onder meer zijn vicevoorzitterschap van de nationaalsocialistische beweging wegens collaboratie veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf. In 1957 verkreeg hij eerherstel.
Een studie van Bruno Indekeu vermeldt daarnaast dat het Antwerpse krijgshof op 17 mei 1946 Jan Baptist Bellefroid tot twintig jaar buitengewone hechtenis veroordeelde. De veroordelingen van Bellefroid en Strijckers hielden volgens die studie verband met het oprichten van een organisatie die de Belgische onafhankelijkheid wilde vernietigen.
Bronnen, noten en/of referenties
Categorie:Nationaalsocialistische partij Categorie:Vlaamse politieke partij Categorie:Collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog