Philip Willem van Heusde (in zijn Latijnse publicaties Philippus Wilhelmus van Heusde; Rotterdam, 17 juni 1778 – Genève, 28 juli 1839) was een Nederlands filosoof, classicus, historicus en pedagoog. Van 1804 tot zijn overlijden was hij hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en van 1816 tot 1839 tevens universiteitsbibliothecaris. Zijn door Plato geïnspireerde filosofie van het gezond verstand had vooral via zijn onderwijs invloed op Nederlandse pedagogen, juristen en theologen. Hij geldt als een belangrijke geestelijke voorloper van de Groninger Richting.
Leven en loopbaan Van Heusde was een zoon van Cornelis van Heusde, een in de rechten gepromoveerde Rotterdamse koopman, en Catharina Josina Wybo. Aan het Erasmiaans Gymnasium maakte de classicus Johan Adam Nodell hem vertrouwd met de Griekse en Latijnse literatuur. Daarna studeerde hij aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam. Op wens van zijn vader volgde hij er rechten bij Hendrik Constantijn Cras, maar de colleges van de classicus Daniël Wyttenbach bepaalden in sterkere mate zijn wetenschappelijke belangstelling. Van Heusde bestudeerde in deze jaren onder meer Plato en de Nederlandse filosoof Frans Hemsterhuis. In 1800 volgde hij Wyttenbach naar de Universiteit Leiden.
Op 30 november 1802 promoveerde Van Heusde in Leiden in de letteren op Specimen criticum in Platonem. In september 1803 behaalde hij daarnaast de doctorsgraad in de beide rechten. De curatoren van de Utrechtse universiteit benoemden hem op 10 oktober 1803 tot gewoon hoogleraar in de geschiedenis, oudheidkunde, welsprekendheid en Griekse taal. Hij aanvaardde het ambt op 26 januari 1804 met de rede De antiqua eloquentia cum recentiore comparata. Vanaf 1806 doceerde hij tevens Latijn. Bij de reorganisatie van het hoger onderwijs in 1815 werd zijn leeropdracht gewijzigd in bespiegelende wijsbegeerte en letteren.
Van Heusde was rector magnificus in de studiejaren 1806–1807 en 1817–1818. Als universiteitsbibliothecaris leidde hij een reorganisatie van de bibliotheek; in 1820 werd de verzameling overgebracht naar het voormalige paleis van koning Lodewijk Napoleon. Hij zette zich daarnaast in voor het Utrechtse gymnasium en voor de verbetering van het middelbaar en hoger onderwijs. In 1808 werd hij lid van het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten, de voorloper van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, en van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen.
In 1806 trouwde Van Heusde met Charlotte Maria Anna Pompeyra. Tijdens een reis die hem via Zwitserland naar Rome had moeten voeren, overleed hij op 28 juli 1839 in Genève. Zijn lichaam werd naar Nederland overgebracht en op 14 augustus bijgezet in het familiegraf in De Bilt.
Denkbeelden en invloed Van Heusde zocht het uitgangspunt van de wijsbegeerte in de sens commun, het algemeen menselijke bewustzijn van de werkelijkheid en van morele en godsdienstige waarden. Hij verbond die traditie van het gezond verstand met Plato's filosofie en met een christelijk-humanistische opvatting van mens en geschiedenis. Tegenover de abstracte systeemfilosofie van onder anderen Immanuel Kant en de Duitse idealisten stelde hij een wijsbegeerte die volgens hem moest bijdragen aan de vorming van de gehele mens. De historicus van de filosofie Ferd. Sassen karakteriseerde zijn werk als een filosofie van het gezond verstand ‘in een platonisch gewaad’.
Geschiedenis en opvoeding waren in deze benadering nauw met elkaar verbonden. Van Heusde beschouwde de ontwikkeling van de mensheid als een trapsgewijs opvoedingsproces en zag onderwijs als middel om verstandelijke, esthetische en zedelijke zelfstandigheid te bevorderen. In zijn Brieven over den aard en de strekking van hooger onderwijs werkte hij deze opvatting voor het Nederlandse onderwijs uit. Als docent stond hij bekend om zijn welsprekende colleges en vooral om zijn besloten Platonicum, waarin studenten teksten van Plato bespraken. Zijn leerlingen noemden hem daarom wel Praeceptor Hollandiae, leermeester van Nederland.
Zijn invloed reikte tot verschillende faculteiten. De latere Groningse hoogleraren Johan Frederik van Oordt, Louis Gerlach Pareau en Willem Muurling waren door hem gevormd; hun toepassing van zijn geschiedfilosofie en opvoedingsideaal droeg bij aan het ontstaan van de Groninger Richting in de theologie. Ook de latere Utrechter hoogleraar Johannes Jacobus van Oosterzee volgde tijdens zijn studie colleges bij Van Heusde. Van Heusdes eigen wijsgerige richting verloor na zijn dood snel terrein aan de ervaringsfilosofie van Cornelis Willem Opzoomer, maar zijn betekenis voor het Nederlandse onderwijs en de negentiende-eeuwse protestantse theologie bleef langer doorwerken.
Publicaties (selectie) Van Heusde publiceerde in het Latijn en het Nederlands. Een aantal van zijn grotere werken verscheen in meerdere delen; enkele delen werden na zijn dood bezorgd. Specimen criticum in Platonem (1803) Initia philosophiae Platonicae (drie delen, 1827–1836) Brieven over den aard en de strekking van hooger onderwijs (1829) De Socratische school of wijsgeerte voor de negentiende eeuw (vier delen, 1834–1840; het vierde deel postuum) Brieven over het beoefenen der wijsgeerte, inzonderheid in ons vaderland en in onze tijden (1837) Characterismi principum philosophorum veterum, Socratis, Platonis, Aristotelis (1839) De school van Polybius of geschiedkunde voor de negentiende eeuw (postuum, 1841)
Literatuur A.J. Lakke, Philip Willem van Heusde. Leiden: E.J. Brill, 1908 (proefschrift). J.M.M. de Valk (red.), Philip Willem van Heusde. Wijsbegeerte van het gezond verstand. Baarn: Ambo, 1989. . L.J. Dorsman, 'Philip Willem van Heusde (1778–1839). Verlicht romanticus', in: Het nut van geschiedschrijving. Historici in het publieke domein. Amstelveen: EON Pers, 2015, p. 24–31. .
Externe links Philip Willem van Heusde in het Biografisch Portaal Publicaties van en over Van Heusde in de DBNL
Categorie:Nederlands filosoof Categorie:Nederlands classicus Categorie:Nederlands historicus Categorie:Nederlands pedagoog Categorie:Nederlands bibliothecaris Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit Utrecht Categorie:Rector magnificus van de Universiteit Utrecht Categorie:Lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen