De bomaanslag in de Ben Yehuda-straat in 1948 was een van de dodelijkste aanslagen tijdens de burgeroorlog in het Britse mandaatgebied Palestina. Op 22 februari 1948 brachten aanvallers drie met explosieven geladen voertuigen tot ontploffing in de drukke winkelstraat in het centrum van Jeruzalem. Bij de explosies kwamen 58 mensen om het leven en raakten tientallen anderen gewond. De aanslag vond plaats tijdens de escalerende strijd tussen Joodse en Arabische gemeenschappen in de maanden voorafgaand aan de stichting van de staat Israël.
Na de goedkeuring van het VN-verdelingsplan voor Palestina op 29 november 1947 was het geweld tussen Joodse en Arabische groepen sterk toegenomen. In de steden en langs de verbindingswegen vonden regelmatig hinderlagen, schietpartijen en bomaanslagen plaats. Jeruzalem was een van de belangrijkste brandpunten van het conflict. De Joodse wijken van de stad werden belegerd en de wegen naar de stad stonden voortdurend onder druk van aanvallen.
In de ochtend van 22 februari 1948 reden drie voertuigen de Ben Yehuda-straat binnen. De voertuigen waren gevuld met grote hoeveelheden explosieven. Kort daarna volgden zware ontploffingen die een groot deel van de straat verwoestten. Meerdere gebouwen stortten gedeeltelijk in en branden braken uit tussen het puin. De explosies troffen een dichtbevolkt gebied met winkels, woningen en passerende voetgangers. De bom was mogelijk bedoeld om leden van de Furmans (escorte van het Palmach-konvooi) te doden, die in de hotels Atlantic en Amdursky verbleven, maar kort daarvoor op patrouille waren vertrokken. Naast de twee hotels werden ook het Vilenchick-gebouw en de Kupat-Milveh-bank verwoest.
De aanslag werd uitgevoerd door Arabische strijders onder leiding van de Palestijns-Arabische commandant Abd al-Qader al-Hoesseini, waarbij enkele Britse deserteurs betrokken waren. Het doel was een zware slag toe te brengen aan de Joodse bevolking van Jeruzalem. De twee Britse deserteurs waren Eddie Brown, een politiekapitein en Peter Madison, een korporaal. Beiden waren overgehaald om zich bij de aanval aan te sluiten door de belofte van aanzienlijke financiële beloningen.
De aanslag veroorzaakte grote verontwaardiging binnen de Joodse gemeenschap van Palestina. De gebeurtenis werd gezien als bewijs dat het conflict steeds meedogenlozer werd en dat burgers doelbewust werden aangevallen. Joodse organisaties riepen op tot vergelding en verscherpte veiligheidsmaatregelen. De aanslag droeg bij aan een verdere escalatie van het geweld in Jeruzalem en daarbuiten.
Latere (bom)aanslagen in de Ben Yehudastraat Op 4 juli 1975 ontplofte een koelkast met vijf kilogram explosieven in de zijkanten op het Zionplein, een belangrijk stadsplein dat de Ben Yehudastraat en de Jaffaweg met elkaar verbindt. Bij de aanslag kwamen vijftien mensen om het leven en raakten 77 mensen gewond.https://www.ynetnews.com/articles/0,7340,L-4406049,00.html Op 3 mei 1976 raakten drieëndertig voorbijgangers gewond toen een met explosieven geladen scooter ontplofte op de hoek van de Ben Yehuda- en Ben Hillelstraat. Onder de gewonden bevonden zich de Griekse consul in Jeruzalem en zijn vrouw. Op 4 september 1997 bliezen drie Hamas- zelfmoordterroristen zichzelf gelijktijdig op in de voetgangerszone, waarbij vijf Israëliërs om het leven kwamen. De aanslag werd gepleegd door Palestijnen uit het dorp Asira al-Shamaliya. Bij de aanval kwamen drie veertienjarige meisjes om het leven. Op 1 december 2001 brachten twee zelfmoordterroristen zichzelf tot ontploffing in de Ben Yehuda-straat, gevolgd door een autobom die op het moment van aankomst van de ambulancebroeders afging. De zelfmoordterroristen doodden elf slachtoffers in de leeftijd van 15 tot 21 jaar.https://www.gov.il/en/pages/suicide-bombing-at-the-ben-yehuda-pedestrian-mall-in-jerusalem-1-dec-2001
Zie ook Lijst van aanslagen in Israël
Categorie:Geschiedenis van Jeruzalem Categorie:Palestijns terrorisme Categorie:Aanslag in Israël Jeruzalem