Asymmetrische demobilisatie (Duits: asymmetrische Demobilisierung, Engels: asymmetric demobilization) is een begrip uit de politicologie en de campagnestrategie. Het duidt op een strategie waarbij een politieke partij probeert de bereidheid van potentiële kiezers van concurrerende partijen om te gaan stemmen te verminderen. Dit kan onder meer gebeuren door polariserende of controversiële standpunten te vermijden of door standpunten van een politieke concurrent gedeeltelijk over te nemen.
De strategie verschilt van klassieke kiezersmobilisatie, waarbij een partij primair probeert de eigen achterban tot deelname aan de verkiezingen te bewegen. Bij asymmetrische demobilisatie is ook de relatieve opkomst van belang: een partij kan er electoraal voordeel bij hebben wanneer potentiële kiezers van een tegenstander sterker worden gedemobiliseerd dan haar eigen achterban. In een formeel model van politieke concurrentie van Felix Bierbrauer, Aleh Tsyvinski en Nicolas Werquin wegen partijen daarom de mobilisatie van de eigen aanhang af tegen het ontmoedigen van de aanhang van de concurrent. Volgens hun model kan die tweede prikkel vooral sterk zijn voor een partij die vooraf een electorale voorsprong heeft.
Het begrip is vooral verbonden geraakt met analyses van de verkiezingscampagnes van de Duitse CDU en CSU onder bondskanselier Angela Merkel, met name vanaf de Bondsdagverkiezingen van 2009.
Begrip en mechanisme Politicoloog Andreas Blätte maakte bij zijn analyse van de Duitse verkiezingscampagne van 2009 onderscheid tussen een polariserende en een niet-polariserende of restringierte (beperkte) campagnestijl. Bij zo'n beperkte stijl worden verschillen met de belangrijkste concurrent niet maximaal benadrukt. Een partij kan zich bijvoorbeeld zakelijk en regeringsgericht presenteren, nadruk leggen op overeenstemming of beleidsposities van een concurrent benaderen.
Het beoogde effect daarvan is niet noodzakelijk dat aanhangers van de tegenstander naar de strategisch handelende partij overstappen. Een potentiële kiezer kan ook minder reden ervaren om aan de verkiezing deel te nemen wanneer de programmatische afstand tussen de partijen kleiner lijkt of wanneer voor hem belangrijke conflictpunten minder prominent in de campagne voorkomen. Bierbrauer, Tsyvinski en Werquin omschrijven strategieën waarbij een electorale koploper controversiële standpunten vermijdt of posities van een tegenstander overneemt met het doel diens potentiële kiezers te demobiliseren als vormen van asymmetrische demobilisatie.
In hun theoretische model kunnen partijen daardoor voor een afruil komen te staan. Een uitgesproken positie kan de eigen achterban mobiliseren, maar tegelijk de aanhang van de tegenstander motiveren om eveneens te gaan stemmen. Het verzachten van een conflict of het tegemoetkomen aan voorkeuren van de concurrerende achterban kan het omgekeerde effect hebben.
Ontwikkeling van de term Een vroege Engelstalige toepassing van de term asymmetric demobilization staat in een analyse van Ignacio Lago, José Ramón Montero en Mariano Torcal van de Catalaanse regionale verkiezingen van 2006. De auteurs gebruikten de term voor een patroon waarbij met name potentiële kiezers van de Partit dels Socialistes de Catalunya bij regionale verkiezingen vaker niet stemden dan bij nationale verkiezingen. Bierbrauer, Tsyvinski en Werquin merken op dat dit voor zover zij konden nagaan de eerste toepassing van de term was.
Het Catalaanse gebruik moet worden onderscheiden van de latere betekenis als bewuste campagnestrategie. Lago, Montero en Torcal beschreven in de aangehaalde passage in de eerste plaats een asymmetrisch patroon in verkiezingsdeelname; in de latere Duitse literatuur werd het begrip gebruikt voor strategische keuzes van politieke partijen.
Duitsland onder Angela Merkel
Bondsdagverkiezingen van 2009 Bij de Bondsdagverkiezingen van 2009 werd het begrip toegepast op de campagne van CDU/CSU onder Angela Merkel. Matthias Jung, Yvonne Schroth en Andrea Wolf van de Forschungsgruppe Wahlen constateerden dat de CDU/CSU zich, anders dan in 2005, sterker in het politieke midden positioneerde. Volgens hun analyse bood de Unie de SPD weinig aangrijpingspunten voor mobilisatie rond onder meer sociaal-economische onderwerpen, doordat verschillende potentieel conflictueuze onderwerpen in de campagne minder centraal kwamen te staan.
Blätte analyseerde dezelfde verkiezingen vanuit het perspectief van strategische mobilisatie en demobilisatie. Hij stelde dat de Unie een strategie van asymmetrische demobilisatie toepaste en verklaarde de relatief geringe intensiteit van de campagne vooral uit strategische keuzes van de partijen, naast factoren als de voorafgaande grote coalitie. Volgens zijn analyse zou een sterker polariserende CDU/CSU-campagne ook extra potentiële SPD-kiezers hebben kunnen mobiliseren; terughoudendheid kon daarom vanuit het electorale calculatiemodel rationeel zijn.
Bondsdagverkiezingen van 2013 Ook de campagne voor de Bondsdagverkiezingen van 2013 is in de literatuur vanuit dit perspectief beschreven. Politicologen Ralf Tils en Joachim Raschke onderscheidden in de strategie van de Unie drie elementen: demobilisering van de concurrentie, personalisering rond de kanseliersvraag en het achter de hand houden van aanvallen op politieke tegenstanders. Zij omschreven asymmetrische demobilisatie als een onderdeel van Merkels bredere strategie.
Tils en Raschke interpreteerden onder meer de versnelde Duitse uitstap uit kernenergie na de kernramp van Fukushima en verkiezingsbeloften over cao-gerelateerde loonondergrenzen, een vrouwenquotum, de zogenoemde Mütterrente en beperking van huurprijsstijgingen als inhoudelijke aanpassingen op beleidsterreinen waarop respectievelijk Bündnis 90/Die Grünen en de SPD traditioneel sterk stonden. Het officiële regeringsprogramma van CDU en CSU is hierbij een primaire bron voor de standpunten van de partijen zelf; de interpretatie ervan als onderdeel van een demobilisatiestrategie berust op secundaire politicologische analyse.
Latere analyse Matthias Jung behandelde de ontwikkeling van de strategie over een langere periode in het hoofdstuk Modernisierung und asymmetrische Demobilisierung. Zur Strategie der Union seit 2005 uit 2019. Hij verbond asymmetrische demobilisatie met de programmatische modernisering en de beweging van de Unie naar het politieke midden tijdens het leiderschap van Merkel.
Bierbrauer, Tsyvinski en Werquin noemen de CDU-campagnes in het Merkel-tijdperk eveneens als een prominent voorbeeld van asymmetrische demobilisatie. In een aanvullende casestudy bij hun onderzoek vergelijken zij de Duitse Bondsdagverkiezingen tussen 2005 en 2017 met de voorspellingen van hun theoretische model.
Onderzoek naar effecten In het model van Bierbrauer, Tsyvinski en Werquin kan asymmetrische demobilisatie ertoe leiden dat een partij met een electorale voorsprong beleid voorstelt dat aantrekkelijker is voor potentiële kiezers van haar concurrent. Daardoor neemt voor een deel van die kiezers de prikkel af om de concurrerende partij via hun stem te ondersteunen. Het model voorspelt onder bepaalde omstandigheden tegelijk een daling van de totale opkomst en een asymmetrische verandering in de deelname van de verschillende electorale groepen.
De waargenomen ontwikkelingen bij de Duitse verkiezingen vormen echter niet zonder meer een causaal bewijs dat veranderingen in de opkomst door deze ene campagnestrategie zijn veroorzaakt. Onderzoek naar de effecten van verkiezingscommunicatie wordt onder meer bemoeilijkt doordat al gemobiliseerde kiezers zelf vaker politieke communicatie opzoeken. Winfried Schulz concludeerde in een onderzoek naar de Bondsdagverkiezingen van 2017 dat de beschikbare literatuur niet eenduidig genoeg is om eenvoudige causale conclusies over mobiliserende effecten van verkiezingscommunicatie te trekken. In zijn eigen analyse vond hij voor de onderzochte vormen van verkiezingscommunicatie geen aanwijzing voor een demobiliserend effect.
Daarom worden een lage verkiezingsopkomst of andere veranderingen in het kiesgedrag in de politicologische literatuur niet uitsluitend uit asymmetrische demobilisatie verklaard. Het begrip beschrijft in de eerste plaats een strategisch mechanisme; de feitelijke effecten moeten per verkiezing empirisch worden onderzocht.
Terminologische afbakening De uitdrukking asymmetrical demobilisation wordt ook in een andere betekenis gebruikt in onderzoek naar demobilisatie na gewapende conflicten. Daar kan ermee worden gedoeld dat voormalige strijdende partijen niet gelijktijdig of niet in dezelfde mate ontwapenen en demobiliseren. Zo gebruikte Daniel Odin Shaw de term in onderzoek naar post-conflictgeweld in Guatemala en Noord-Ierland. Deze betekenis staat los van asymmetrische demobilisatie als verkiezingsstrategie.
Literatuur
Zie ook
Negatieve campagne Opkomst (verkiezingen) Zwevende kiezer
Categorie:Politiek Categorie:Politicologie Categorie:Verkiezingen