Licet pridem is een pauselijke bul van paus Clemens V, uitgevaardigd te Avignon op 13 januari 1313. De bul behoort tot de reeks pauselijke besluiten over de afwikkeling van de opgeheven Orde van de Tempeliers na het Concilie van Vienne. Zij verduidelijkte de juridische voorwaarden waaronder de bezittingen van de voormalige Tempelorde aan de Hospitaalorde van Sint-Jan van Jeruzalem (Orde van Malta) waren overgedragen.

In het bijzonder bepaalde Clemens V dat de overdracht van Tempeliersgoederen geen afbreuk deed aan rechten die koningen, vorsten, prelaten, baronnen, edelen en andere katholieken reeds vóór de inbeslagneming van de goederen bezaten. In de eerdere akte van schenking, vereniging en incorporatie was deze waarborg volgens de bul door een omissie van een schrijver of secretaris niet uitdrukkelijk opgenomen. Licet pridem verklaarde daarom dat die rechten moesten worden behandeld alsof zij in de oorspronkelijke overdrachtsakte uitdrukkelijk waren vermeld.

Achtergrond De vervolging van de Tempeliers begon in Frankrijk in 1307 en mondde uit in een kerkelijk onderzoek dat een belangrijk onderwerp vormde op het Concilie van Vienne van 1311–1312. Clemens V hief de orde uiteindelijk op met de bul Vox in excelso van 22 maart 1312. De opheffing gebeurde door pauselijke voorziening of verordening en niet door een definitief kerkelijk vonnis waarin de orde als zodanig wegens ketterij werd veroordeeld.

Met Ad providam van 2 mei 1312 droeg Clemens V het grootste deel van het vermogen van de voormalige Tempelorde over aan de Hospitaalorde. De bedoeling was dat de goederen zouden blijven dienen voor de ondersteuning van het Heilige Land. Van deze regeling werden de Tempeliersgoederen in de koninkrijken Castilië, Aragón, Portugal en Majorca, voor zover zij buiten het koninkrijk Frankrijk lagen, voorlopig uitgezonderd; de paus behield de beschikking daarover aan de Heilige Stoel voor.

In de maanden daarna vaardigde Clemens V verdere besluiten uit over de rechtspositie en het vermogen van de opgeheven orde. Daartoe behoorden onder meer Licet dudum van 18 december 1312 en een besluit van 31 december 1312 dat gewoonlijk naar zijn beginwoorden wordt aangeduid als Dudum in generali concilio. Licet pridem vormde op 13 januari 1313 een verdere verduidelijking van deze vermogensrechtelijke afwikkeling.

Inhoud In Licet pridem herinnerde Clemens V eerst aan de opheffing van de Tempelorde en aan de daaropvolgende schenking en incorporatie van haar bezittingen in de Hospitaalorde. De opsomming omvatte onder meer huizen, kerken, kapellen, steden, kastelen, landerijen en andere roerende en onroerende goederen, samen met de eraan verbonden rechten, privileges, vrijheden en lasten.

De paus herhaalde vervolgens dat de reeds bestaande rechten van koningen, vorsten, prelaten, baronnen, edelen en andere katholieken moesten worden geëerbiedigd. Tevens herhaalde de bul de uitzondering voor goederen van de Tempelorde in Castilië, Aragón, Portugal en Majorca die door de paus voor verdere beschikking door de Apostolische Stoel waren gereserveerd.

De directe aanleiding voor de bul was volgens de tekst een onvolledigheid in de eerdere akte van overdracht. Daarin was niet uitdrukkelijk vermeld dat de rechten van derden onaangetast bleven. Clemens V schreef deze omissie toe aan onachtzaamheid, nalatigheid of werkzaamheden van de schrijver of secretaris. Om toekomstige twijfel en mogelijke benadeling te voorkomen, verklaarde hij dat alle rechten die de genoemde personen ten tijde van de inbeslagneming van de Tempeliersgoederen bezaten, volledig intact bleven, alsof zij in de eerdere akte afzonderlijk en uitdrukkelijk waren opgenomen.

Licet pridem maakte de overdracht aan de Hospitaalorde daarmee niet ongedaan. De bul preciseerde de juridische reikwijdte ervan door vast te leggen dat de overdracht onder voorbehoud van reeds bestaande rechten van derden plaatsvond.

Afwikkeling van de Tempeliersgoederen De overdracht van het vermogen van de Tempelorde aan de Hospitaalorde was in de praktijk geen uniforme of onmiddellijke operatie. De uitvoering verschilde per gebied en leidde tot bestuurlijke en juridische geschillen. Onderzoek naar de incorporatie van Tempeliersbezittingen in de Hospitaalorde laat zien dat de nieuwe bezitters bestaande verplichtingen, pensioenen en aanspraken moesten afwikkelen en dat rechtszaken over afzonderlijke goederen plaatselijk moesten worden behandeld.

De overdracht betekende voor de Hospitaalorde een aanzienlijke uitbreiding van haar Europese bezittingen, maar bracht tegelijkertijd extra administratieve lasten en financiële verplichtingen met zich mee. De inkomsten uit de voormalige Tempeliersgoederen stonden bovendien in verband met de oorspronkelijke bestemming van veel van deze bezittingen: de ondersteuning van de christelijke aanwezigheid en militaire activiteiten in het oostelijke Middellandse Zeegebied.

Tekstoverlevering De tekst van Licet pridem is onder meer overgeleverd via de pauselijke registers. In de moderne wetenschappelijke uitgave van de documenten van het Concilie van Vienne, onder redactie van Norman P. Tanner, is de bul opgenomen bij de pauselijke bullen en verordeningen betreffende de Tempeliers en het Heilige Land. Voor deze documenten maakte de uitgave, met uitzondering van Vox in excelso, gebruik van de tekst van het Vaticaanse Regestum.

De bul eindigt met de datering te Avignon op 13 januari, in het achtste jaar van het pontificaat van Clemens V.

Literatuur

Zie ook Concilie van Vienne

Externe link Engelse vertaling van de documenten van het Concilie van Vienne, waaronder Licet pridem – EWTN, gebaseerd op de uitgave onder redactie van Norman P. Tanner

Categorie:Pauselijke bul Categorie:Orde der Tempeliers Categorie:Document uit de 14e eeuw Categorie:1310-1319