Johanna Freudenberg (ook bekend als Johanna Hirsch, Bodefeld, 1848 - Brussel, 1901), was een Brusselse filantroop en medeoprichtster van Maison Hirsch & Cie te Brussel, samen met haar man Léo Hirsch.

Zij en haar man zetten zich in als weldoeners voor de Joodse gemeenschap in België. Ze was tevens lid bij het Comité voor het asiel van bejaarden en de Vereniging voor effectieve noodhulp (Comité de l’Asile des vieillards et de la Societé de prêts des secours efficaces) van 1871 tot aan haar dood.

Biografie Johanna Freudenberg werd geboren op 27 januari 1848. Haar broer, Philipp Freudenberg, werkte samen met Léo Hirsch in een curiositeitenwinkel in Aix-la-Chapelle. Later besloot Philipp zich te focussen op het verkopen van modeartikelen in Elberfeld, waarbij hij Léo aanstelt als zijn vertrouwenspersoon. Léo en Johanna werken op dat moment in hetzelfde bedrijf en na verloop van tijd verloven ze zich. Johanna’s familie was echter geen voorstander van de verloving en proberen de relatie stop te zetten door haar naar Brussel te sturen. Daar kwam ze terecht in een kantbedrijf waar ook haar schoonbroer Siegfried Loewenstein was tewerkgesteld en leert ze ondertussen de Franse taal.

Léo geeft het echter niet op en besloot Johanna te volgen naar Brussel. Hij richtte daar eigen bedrijf op in 1869 genaamd Maison Hirsch & Cie. Het bedrijf was gespecialiseerd in sjaals en kasjmier en was gelegen op de hoek tussen de Nieuwstraat en de Nieuwbrugstraat in Brussel tot de sluiting in 1962. Van het bedrijf bestaan tal van archieven. De twee trouwen in april 1869, net voor de opening van de winkelketen. Het koppel krijgt zes kinderen. Hun eerste kind, Jules (1870), sterft na 2 maanden. Daarna krijgen ze nog vijf kinderen; Régina (1871), Arthur (1873), Bertha (1874), Ivan (1876) en Alice (1881). Johanna ontfermt zich in deze periode zowel over het bedrijfsleven als over de huishoudelijke taken, wat niet bij elk van haar kinderen in goede aarde valt. De gezondheid van Johanna gaat snel achteruit na de geboorte van Jules. Ze krijgt zowel problemen met haar longen als met haar lever, waardoor Johanna ervoor kiest om tussen 1979-1980 een gezondheidskuur te volgen in Vichy. Daarna zet ze die kuren voort in Karlsbad. Het koppel had de reputatie van levensgenieters, voornamelijk als liefhebbers van lekker eten. Later krijgt Johanna de diagnose van diabetes, de ziekte waaraan ze uiteindelijk sterft op 6 december 1901, te Brussel.

Na haar dood wordt er in 1894 een Villa Johanna opgericht te Middelkerke als herdenking aan haar liefdadigheidswerk, met als doel om gepensioneerden en armen te ondersteunen en hen een waardevolle maaltijd aan te kunnen bieden.

Johanna ligt begraven met haar man, drie van hun kinderen en één kleinkind in een familiegraf bij het Joodse gedeelte van de Diewegbegraafplaats in Ukkel (Brussel).

Categorie:Belgisch ondernemer Categorie:Belgisch filantroop