Henry Oliver Rinnan (Levanger, 14 mei 1915 - Trondheim, 1 februari 1947) was een Noorse collaborateur, informant en leider van de beruchte Sonderabteilung Lola (in het Noors Rinnanbanden genoemd) tijdens de Duitse bezetting van Noorwegen (1940-1945). Zijn groep infiltreerde verzetsnetwerken, leverde honderden mensen uit aan de bezetter en was verantwoordelijk voor marteling en talrijke dodelijke slachtoffers. Na de oorlog werd Rinnan ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.

Achtergrond en vroege jaren Rinnan werd geboren in Levanger als oudste van acht kinderen in een ambachtsgezin. Zijn vader was schoenmaker. Hoewel latere getuigen hem als leerling niet problematisch beschreven, ontwikkelde hij zich tot een rusteloze en ambitieuze jongeman. Hij werkte onder meer in een sportwinkel en als autoverkoper, maar werd meermaals ontslagen wegens diefstal en onbetrouwbaarheid. Tijdens de Winteroorlog probeerde hij zich aan te melden voor Finse dienst tegen de Sovjet-Unie, maar werd afgewezen.

Na de Duitse inval in april 1940 diende hij kort als chauffeur voor het Noorse leger. In juni 1940 werd hij gerekruteerd door de Duitse veiligheidsdienst. Of hij formeel lid was van de Noorse nationaalsocialistische partij Nasjonal Samling is onzeker, maar hij werkte in ieder geval nauw samen met de Duitse Sicherheitspolizei.

Sonderabteilung Lola Vanaf 1941 bouwde Rinnan in Trondheim een eigen inlichtingennetwerk op onder de naam Sonderabteilung Lola, formeel ondergeschikt aan de Sicherheitsdienst. De groep telde uiteindelijk meer dan vijftig leden. Het hoofdkwartier bevond zich in Jonsvannsveien 46, berucht als "Bandeklosteret", waar gevangenen werden vastgehouden en gemarteld.

De Rinnanbanden infiltreerde verzetsgroepen door in cafés, treinen en andere publieke ruimtes gesprekken aan te knopen en vertrouwen te winnen. Soms richtten zij schijnverzetsgroepen op die in werkelijkheid door hen werden gecontroleerd. Deze methode, door de Duitsers aangeduid als "spel in het negatieve veld", leidde tot massale arrestaties. Naar schatting werden circa duizend Noren naar concentratiekampen gedeporteerd; meer dan tachtig mensen kwamen direct door toedoen van de groep om het leven, terwijl honderden werden gemarteld.

Rinnan kreeg de rang van SS-Untersturmführer der Reserve en ontving in 1944 het IJzeren Kruis tweede klasse. Pogingen van de Britse Special Operations Executive om hem te liquideren mislukten.

Arrestatie, proces en executie In mei 1945 probeerde Rinnan met medestanders en gijzelaars naar Zweden te vluchten, maar werd nabij de grens gearresteerd. Een latere ontsnapping uit de gevangenis op kerstavond 1945 mislukte eveneens. Tijdens zijn detentie werd hij mishandeld; bij zijn eerste verhoren vertoonde hij zichtbare verwondingen.

In het Noorse naoorlogse hoogverraadproces werden 41 leden van de Rinnanbanden veroordeeld. Twaalf kregen de doodstraf; tien vonnissen werden voltrokken. Rinnan werd onder meer schuldig bevonden aan de moord op dertien personen, al ligt het werkelijke aantal vermoedelijk hoger.

Op 1 februari 1947 werd hij om 4:05 uur door een vuurpeloton geëxecuteerd op de Kristiansten-vesting in Trondheim. Zijn lichaam werd onmiddellijk gecremeerd en de urn in het geheim bijgezet in een ongemarkeerd graf in Levanger.

Nalatenschap Ongeveer veertig procent van de naoorlogse Noorse executies wegens oorlogsmisdaden hield verband met Sonderabteilung Lola. Rinnan geldt als een van de meest gehate collaborateurs uit de Noorse geschiedenis. Zijn naam is blijvend verbonden met verraad, systematische infiltratie en de gewelddadige onderdrukking van het Noorse verzet.

Categorie:Noors crimineel Categorie:Noors persoon in de Tweede Wereldoorlog