Nuper in concilio, ook aangeduid naar de beginwoorden als Nuper in generali concilio, is een pauselijk uitvoeringsdocument van paus Clemens V van 16 mei 1312 over de goederen van de opgeheven Orde van de Tempeliers. Het document werd uitgevaardigd te Livron, in het toenmalige bisdom Valence, kort na het Concilie van Vienne. Het droeg de beheerders van voormalige Tempeliersgoederen op deze bezittingen, met de daaruit verkregen inkomsten na aftrek van de kosten, over te dragen aan de Hospitaalridders.

De beschikking bouwde voort op Ad providam van 2 mei 1312, waarmee Clemens V het grootste deel van de goederen van de Tempeliers aan de Hospitaalridders had toegewezen. Voor de bezittingen in de koninkrijken Castilië, Aragón, Portugal en Majorca gold een uitzondering: deze bleven voorlopig ter beschikking van de paus en de Heilige Stoel, in afwachting van een afzonderlijke regeling ten behoeve van het Heilige Land.

Achtergrond Vanaf 1307 werden de Tempeliers in verschillende Europese gebieden onderzocht en vervolgd. Tijdens het Concilie van Vienne besloot Clemens V de orde niet door middel van een definitieve rechterlijke veroordeling als ketterse orde op te heffen, maar door een pauselijke bestuurlijke voorziening. Dit werd vastgelegd in de bul Vox in excelso van 22 maart 1312.

Na de opheffing moest worden bepaald wat met de bezittingen van de orde zou gebeuren. De goederen waren oorspronkelijk in belangrijke mate geschonken ten behoeve van de verdediging en ondersteuning van het Heilige Land. Tijdens de beraadslagingen bestond verschil van mening over de vraag of zij aan de bestaande Hospitaalorde moesten worden toegewezen, dan wel aan een nieuw op te richten religieuze ridderorde. In Nuper in concilio herinnerde Clemens V eraan dat uiteindelijk op 2 mei 1312, met goedkeuring van het concilie, was besloten de goederen aan het Hospitaal van Sint-Jan van Jeruzalem toe te wijzen.

Die eerdere beslissing was vervat in Ad providam. Het persoonlijke lot van de voormalige Tempeliers werd afzonderlijk geregeld in Considerantes dudum van 6 mei 1312. Daardoor maakte Nuper in concilio deel uit van een reeks pauselijke maatregelen waarmee in 1312 de juridische en materiële gevolgen van de opheffing van de Tempeliers werden geregeld.

Inhoud Het document was gericht aan de beheerders en bewaarders die krachtens pauselijk of ander gezag waren belast met het beheer van de goederen van de voormalige Orde van de Tempeliers. Clemens V verwees naar de eerdere beslissing om deze goederen aan de Hospitaalridders toe te wijzen en bevestigde daarbij de uitzondering voor de bezittingen in Castilië, Aragón, Portugal en Majorca.

De beheerders kregen opdracht de hun toevertrouwde bezittingen volledig over te dragen aan de grootmeester en broeders van het Hospitaal, dan wel aan de bevoegde priors, commandeurs of gevolmachtigden van de orde. Ook de uit de goederen ontvangen inkomsten moesten worden overgedragen, nadat de rechtmatige beheerskosten waren afgetrokken.

De overdracht moest plaatsvinden binnen één maand nadat een bevoegde vertegenwoordiger van de Hospitaalorde daarom had verzocht. De termijn liep dus niet zonder meer vanaf 16 mei 1312, maar vanaf het moment van een dergelijk verzoek.

Datering en uitvaardiging Het slot van het document dateert de beschikking op 16 mei 1312 te Livron in het bisdom Valence, in het zevende jaar van het pontificaat van Clemens V. Het werd daarmee enkele dagen na de laatste zitting van het Concilie van Vienne uitgevaardigd. Brown en Forey typeren het document als een uitvoeringsbrief over de goederen van de Tempeliers en wijzen erop dat exemplaren ervan onder meer in Engelse archiefcollecties zijn overgeleverd.

Hoewel het document doorgaans onder de verkorte titel Nuper in concilio wordt vermeld, luiden de eigenlijke beginwoorden van de Latijnse tekst Nuper in generali concilio per nos Viennae .... Middeleeuwse pauselijke documenten worden vaak aangeduid met hun incipit, waardoor beide titelvormen in de literatuur voorkomen.

Betekenis Nuper in concilio veranderde de in Ad providam vastgelegde hoofdbestemming van de Tempeliersgoederen niet, maar gaf concrete uitvoeringsinstructies aan degenen die de goederen feitelijk beheerden. Het document is daardoor vooral van belang voor de praktische uitvoering van de overdracht aan de Hospitaalridders.

De beschikking maakte geen einde aan alle geschillen rond het voormalige Tempeliersbezit. Clemens V vaardigde later in 1312 en begin 1313 nog verdere maatregelen uit over de vermogensrechtelijke afwikkeling, onder meer Licet dudum, Dudum in generali concilio en Licet pridem.

In de moderne geschiedschrijving wordt de beschikking behandeld als een van de documenten die de feitelijke afwikkeling van de opheffing van de Tempeliers zichtbaar maken. De canonist Miguel Delgado Galindo noemt Ad providam en Nuper in concilio gezamenlijk als de maatregelen waarmee Clemens V de Tempeliersbezittingen, met uitzondering van de Iberische bezittingen waarvoor een afzonderlijke regeling gold, aan de Hospitaalridders toekende.

Zie ook

Orde van de Tempeliers Orde van Sint-Jan Concilie van Vienne

Literatuur

Externe link

Latijnse tekst en Engelse vertaling van de documenten over de Tempeliers van het Concilie van Vienne, gebaseerd op de editie van Norman Tanner.

Categorie:Pauselijke bul Categorie:Document uit de 14e eeuw Categorie:1310-1319